Sandra Bastiaanse (35), Mevrouw Van Mierlo (92) en haar zoon (67)

Drie jaar geleden kwam Sandra Bastiaanse bij moeder en zoon Van Mierlo te werken. Als invalkracht.

Sandra: “Na een paar keer schoonmaken bij mevrouw en meneer Van Mierlo zou het weer klaar zijn. Maar het was zo fijn werken en de klik was zo goed dat we hebben geregeld dat ik kon blijven.”

Gedicht aan sandra

Mevrouw Van Mierlo: “Sandra wist al snel precies wat er gedaan moest worden in huis. We hoefden haar niets uit te leggen. Als ze eens vroeg of ze iets extra’s moest doen zei ik: het is jouw feessie.”

Aan mevrouw Van Mierlo is te horen dat ze uit Amsterdam komt, maar ze woont al meer dan dertig jaar in Zierikzee, Zeeland. De familie heeft altijd horecabedrijven gehad.

Sandra: “Meneer en mevrouw Van Mierlo hebben het hart op de tong, echt gezelligheidsmensen. En ze zijn heel open, we kunnen goed met elkaar praten. Ze zeggen dat je werk en privé gescheiden moet houden, maar je bouwt toch een band op.”

Mevrouw Van Mierlo: “In de horeca leer je wel met mensen omgaan. Als iemand wat bij ons kwijt moet is dat geen enkel probleem. Het maakt niets uit waar je vandaan komt of wat je gelooft, je moet gewoon aardig tegen elkaar zijn. Er is al genoeg ellende op de wereld.”

Sandra: “Toen ik het zwaar had met mijn scheiding kon ik daar ook over praten, ze hebben me enorm gesteund. Nu vragen ze ook nog hoe het gaat. Als we bellen gaat de telefoon daar op de luidspreker zodat ze allebei mee kunnen luisteren.”

Mevrouw Van Mierlo: “Ze is hier alweer langs geweest voor een kopje thee!”

Sandra gaat vaker langs bij oude cliënten. Ze bellen haar als ze een probleem hebben met de computer, en onlangs hielp ze iemand die een aanrijding met de brommobiel gehad heeft. De verzekeringspapieren moesten geregeld worden.

Sandra: “Ik vind het leuk om het contact te houden. Ik ga ook wel eens zomaar langs bij oude klanten.”

Mevrouw Van Mierlo: “We vonden het alle drie erg vervelend dat ze moest stoppen door bezuinigingen. Nu hebben wij gelukkig wel een nieuwe hulp die haar werk goed doet, maar het blijft jammer. Je bent aan elkaar gehecht. Mijn zoon schreef een gedichtje voor Sandra toen ze weg ging. Dat doet hij graag.”