View Post

En dan nu even écht aandacht!

Deze speciale dag van de huishoudelijke hulp is er natuurlijk om iets te vieren. Maar óók om ergens aandacht voor te vragen. In de afgelopen jaren hebben we vooral aandacht gegeven aan de fijne band die klanten en hulpen met elkaar hebben. Dit jaar deelt Jan Visser als bestuurder van HomeWorks zijn gedachten over over de arbeidsvoorwaarden van huishoudelijke hulpen. Hij startte in 1994 met de “witte werkster” en is initiatiefnemer van deze “dag van de huishoudelijke hulp”. Jan Visser:Het is een grote eer om dit jaar iets te mogen schrijven voor de huishoudelijke hulpen die fantastisch werk leveren en blijkens de vele reacties op de facebookpagina van “de dag van de huishoudelijke hulp” erg betrokken zijn met elkaar! Ik hoop dat deze bijdrage een beetje kan helpen bij het verbeteren van de positie van huishoudelijke hulpen. Daar is het nu echt tijd voor! Want zoals Jan Kramer, oud vakbondsbestuurder, zo mooi aangeeft: “Of ze nu onder een cao vallen of als zelfstandige ZZP’er maakt niet uit. Respect en waardering voor deze eerstelijns medewerkers! Goede voorwaarden die recht doen aan deze zeer belangrijke groep!” En dan heeft hij het hier nog geeneens over de hulpen die zwart werken of op basis van de “grijze” regeling “dienstverlening aan huis” waar het allemaal nóg minder goed voor geregeld is. Met name voor deze laatste groep is nu extra aandacht nodig! De organisatie waar ik al 27 jaar bestuurder van ben startte in 1994 met wit werkende hulpen. Het idee was dat het mogelijk zou moeten zijn om de service huishoudelijke hulp goed voor hulpen én klanten te kunnen organiseren. Dit initiatief werd al vrij snel ondersteund door de gemeente Amsterdam en vervolgens in 1997 onder bezielende leiding van de heer Ad Melkert, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, overgenomen en vertaald naar de Regeling Schoonmaakdiensten voor Particulieren (RSP). Al snel kreeg deze regeling de naam “de witte werksters regeling”. Als tegenhanger van zwart werken moest deze regeling een structurele verandering in de markt van dienstverlening aan huis gaan bewerkstelligen. Een nieuwe politieke wind en uitvoeringsproblemen zorgden er onder andere voor dat het toenmalige Kabinet deze “structurele” regeling toch liever wilde beëindigen en dat uiteindelijk in 2007 ook daadwerkelijk deed. Omdat de Tweede Kamer toch kritisch bleef moesten er steeds weer nieuwe “argumenten” uit de hoge hoed getoverd worden om de regeling uiteindelijk te kunnen stoppen. Ook stelde De Tweede Kamer als voorwaarde dat het Kabinet dan wél met een volwaardig alternatief moest komen. Het lukte het Kabinet om een oude belastingregeling opgepoetst en wel als alternatief aan De Tweede Kamer te presenteren en doorgevoerd te krijgen. Maar in feite was deze nieuwe regeling geen alternatief maar meer een aanpassing van de definitie van “wit” werken. Grijs werken was het nieuwe wit geworden. Zo verloren hulpen onder andere loongarantie en was er nagenoeg geen financiële ruimte meer om de dienst voor hulpen en klanten goed te kunnen organiseren zoals oorspronkelijk bedoeld was. Een groep van gemotiveerde en betrokken ondernemers en hulpen werd zonder pardon in de kou gezet nadat ze jarenlang mee hadden gewerkt aan de totstandkoming van een structurele verandering in deze markt van huishoudelijke hulp. Samen met Judith Sargentini, destijds gemeente raadslid van GroenLinks in Amsterdam, hebben we in 2006 het nog bij de Gemeente geprobeerd te regelen middels een raadsnotitie witte werksters maar de Gemeente verwees terug naar de landelijke politiek. Nieuwe stip aan de horizon Er zijn, met weer een nieuwe politieke wind, zeker mogelijkheden om huishoudelijke hulpen met goede voorwaarden te laten werken en het wit werken aantrekkelijker te maken dan zwart werken. En dan niet alleen voor hulpen maar ook voor de klanten die samen met de afwezige overheid de zwarte markt deels in stand houden. Een argument van het Kabinet, om de garanties voor hulpen af te pakken was destijds dat het op basis van Europese regelgeving niet mogelijk zou zijn om structureel geld te geven voor dit doel. Dit is om een paar redenen een onjuist argument en mogelijk ook een aanknopingspunt voor huidige Kamerleden om correcte arbeidsvoorwaarden voor hulpen weer op de agenda te krijgen daar waar die thuishoort. Wat binnen Europa namelijk niet mag, maar overigens bij sommige bedrijven wel gebeurt, is dat overheden bedrijven ondersteunen die daarmee een betere concurrentie positie krijgen ten opzichte van soortgelijke bedrijven binnen de EU. Ten aanzien van de huishoudelijke hulp gaat het echter om ondersteuning binnen de landsgrenzen voor activiteiten die enkel binnen Nederland plaatsvinden op basis van Nederlands belastinggeld! Geen Belg, Spanjaard of Duitser zal er last van krijgen dat wij ons belastinggeld op een bepaalde manier inzetten voor de eigen bevolking. Daarnaast zou deze regeling dan tevens gelden voor alle Europeanen die hier komen werken of een bedrijf willen oprichten. Overheden grijpen, voor zover ik weet, altijd al in op het loon. Dat is één van hun bestaansmogelijkheden. Elke maand dragen velen loonbelasting af aan de overheid. Het is slechts een keuze om bij dat ingrijpen wel te willen incasseren maar niet te willen investeren in een verbetering van de arbeidsvoorwaarden. En dan met name voor die beroepen die voorwaarden kennen die eigenlijk niet meer van deze tijd zijn. Hier als laatste, en wellicht belangrijkste tegenargument, geldt dat vele overheden binnen en buiten Europa al tientallen jaren met dergelijke ondersteuningsregelingen werken. Zo kennen onze Zuiderburen “de dienstencheque” waardoor hulpen gewoon in dienst zijn en zekerheid hebben. De klant betaalt een bijdrage (7 euro) van de kosten en de overheid legt de rest bij zodat de dienst goed georganiseerd kan worden en hulpen een volwaardig loon hebben met alles erop en eraan. Het kon en kan dus wel! In Nederland is door het uitblijven van een werkbare regeling een nieuwe markt ontstaan voor deze hulpen. Hierbij hebben de advertentieprikborden voor vraag en aanbod in de lokale kruidenier plaats moeten maken voor commerciële platformen. Hierdoor lijkt het nu beter geregeld maar dat is veelal enkel voor de consument, het platform zelf en ten nadele van de huishoudelijke hulp die géén vangnet heeft en in een sterrencultuur is beland. Sociale hygiëne, normale verhoudingen en continuïteit zijn zomaar zaken die voor vele werknemers de gewoonste zaak van de wereld zijn. Maar voor huishoudelijke hulpen is dit minder goed of helemaal niet georganiseerd. De recente ontwikkelingen liggen vooral op het gebied van de exploitatie van huishoudelijke hulp als businessmodel. Bij veel platforms, die de laatste jaren zijn ontstaan, ligt de focus niet op het welzijn van de hulp maar op een klinkend verdienmodel rondom de matching van hulpen en huishoudens. Oók handig maar wel eenzijdig. De recente coronacrisis leverde het ultieme bewijs dat het niet goed geregeld is voor huishoudelijke hulpen. Middels een onderzoekje op de facebookpagina van de dag van de huishoudelijke hulp bleek dat het merendeel van de hulpen tijdens deze crisis minder of geen werk had en daardoor ook minder of geen loon kreeg. Ook konden huishoudelijke hulpen, ook als ze wel gewoon belasting betaalden, vaak geen beroep doen op enige vorm van ondersteuning. De geringe organisatiegraad van deze groep hulpen en de geringe interesse bij politiek en instituten maakt dat we nog niet veel verder zijn gekomen. En daarom is het nú tijd voor échte aandacht! Dit jaar vragen we daarom nu met elkaar eens écht aandacht voor de huishoudelijke hulp en haar positie op de arbeidsmarkt. Dat doen we door politici en bonden te wijzen op hun mogelijkheden en verantwoordelijkheden en de discussie te blijven aanzwengelen. Zij zijn aan zet! Jij kan hierbij helpen door deze post te delen op sociale media en/of deze link te sturen naar jouw vertegenwoordiger in de landelijke en lokale politiek! Het is gewoon mogelijk, we denken graag mee en het is niet meer dan een kwestie van fatsoen! Ik zeg doen! @PartijvandeArbeid @VVD@kiesCDA@D66@partijvoordevrijheid@SocialistischePartij @groenlinks@forumvoordemocratie @PartijvoordeDieren @ChristenUnie@VoltNederland @juisteantwoord@SGPnieuws@DenkNL@BoerBurgerBeweging@www.bij1.org @minSZW

“Juist in deze tijd is persoonlijke aandacht onmisbaar”

Mantelzorger, luisterend oor, de ‘break van de week’: Rosalie Bloupot is voor haar klanten veel meer dan een huishoudelijke hulp. De mensen die ze helpt zijn vaak flink op leeftijd en kijken uit naar haar bezoekjes. Ook tijdens de coronacrisis gaan Rosalie en haar team gewoon door met werken. “Met een jarige mevrouw van 94 jaar heb ik gezellig een gebakje gegeten in haar tuin. Op afstand natuurlijk.” Rosalie Bloupot is ruim acht jaar huishoudelijke hulp en heeft sinds vijf jaar een eigen bedrijf in huishoudelijke zorg. Haar bedrijf loopt zo goed, dat ze zes mensen in dienst heeft. “We werken vooral voor oudere mensen, want dat vinden we de leukste doelgroep”, zegt ze. “Voor deze mensen zijn we een vaste waarde in hun leven. Natuurlijk zorgen we dat hun huis keurig op orde blijft, maar we zijn ook mantelzorger en een luisterend oor. Zo kom ik elke week bij een meneer die ik ontmoette toen zijn vrouw nog leefde. Hij vindt het heel fijn dat ik haar nog gekend heb. Steeds meer mensen vergeten haar sterfdatum, maar ik breng hem elk jaar een bosje bloemen. Dat waardeert hij enorm.” Alles is bespreekbaar Sinds de coronacrisis een feit is, is het werk van Rosalie veranderd. Veel klanten hebben hun hulp opgezegd, omdat ze niemand in huis durven te laten. Een kleinere groep klanten wil of kan niet zonder hulp en voor deze mensen blijven Rosalie en haar team graag aan de slag. “We komen nog maar bij één klant per dag en we houden bij het schoonmaken zoveel mogelijk anderhalve meter afstand”, zegt ze. “Dat is in de meeste huizen prima te doen. Op verzoek doen we ook graag meer. De dochter van één van mijn klanten vroeg of ik het haar van haar moeder wilde wassen en föhnen, omdat ze nu niet naar de kapper kan. Dat vond ik prima en mijn klant was er blij mee. We doen alles in overleg met de klant en alles is bespreekbaar. Ik doe bijvoorbeeld ook boodschappen voor een aantal mensen. Zo hoeven ze zelf de deur niet uit en ze weten dat ze mij kunnen vertrouwen.” Gebakje eten in de tuin Voor veel van Rosalies oudere klanten is dit een eenzame tijd. Ze kunnen eigenlijk niet zonder een knuffel en missen hun kinderen en kleinkinderen erg. “Persoonlijk contact houdt hen op de been en dat probeer ik dan ook zoveel mogelijk te bieden”, zegt Rosalie. “Een mevrouw waar ik al jaren kom werd laatst 94. Haar familieleden zetten bloemen voor de deur en renden daarna weer de oprit af. Ze stond heel beteuterd te kijken achter het raam, ik vond het zo sneu. Corona of geen corona, dit zou zomaar haar laatste verjaardag kunnen zijn. Ik heb haar bloemen mooi in een vaas gezet en we zijn samen koffie gaan drinken in haar tuin. Gebakje erbij: heerlijk. Afstand houden ging prima in de tuin en ik heb echt even de tijd genomen om samen haar verjaardag te vieren. Die extra aandacht is heel belangrijk, anders vereenzamen deze mensen compleet.” 15 mei – Dag van de huishoudelijke hulp! Dit jaar hebben we voor de dag van de huishoudelijke hulp het verhaal van Rosalie gekozen. Een inkijkje in de fijne band die zij heeft met haar klant. We zullen Rosalie en haar klant een bos bloemen sturen om ze allebei te bedanken. Nee, liever nog om ze te feliciteren met de fijne band die ze samen hebben! En met de aandacht en deze bloemen willen we natuurlijk alle hulpen eens extra in het zonnetje zetten op 15 mei: de dag van de huishoudelijke hulp! Bedankt lieve hulpen!

View Post

“Het is jouw feessie”

Drie jaar geleden kwam Sandra Bastiaanse bij moeder en zoon Van Mierlo te werken. Als invalkracht. Sandra: “Na een paar keer schoonmaken bij mevrouw en meneer Van Mierlo zou het weer klaar zijn. Maar het was zo fijn werken en de klik was zo goed dat we hebben geregeld dat ik kon blijven.” Mevrouw Van Mierlo: “Sandra wist al snel precies wat er gedaan moest worden in huis. We hoefden haar niets uit te leggen. Als ze eens vroeg of ze iets extra’s moest doen zei ik: het is jouw feessie.” Aan mevrouw Van Mierlo is te horen dat ze uit Amsterdam komt, maar ze woont al meer dan dertig jaar in Zierikzee, Zeeland. De familie heeft altijd horecabedrijven gehad. Sandra: “Meneer en mevrouw Van Mierlo hebben het hart op de tong, echt gezelligheidsmensen. En ze zijn heel open, we kunnen goed met elkaar praten. Ze zeggen dat je werk en privé gescheiden moet houden, maar je bouwt toch een band op.” Mevrouw Van Mierlo: “In de horeca leer je wel met mensen omgaan. Als iemand wat bij ons kwijt moet is dat geen enkel probleem. Het maakt niets uit waar je vandaan komt of wat je gelooft, je moet gewoon aardig tegen elkaar zijn. Er is al genoeg ellende op de wereld.” Sandra: “Toen ik het zwaar had met mijn scheiding kon ik daar ook over praten, ze hebben me enorm gesteund. Nu vragen ze ook nog hoe het gaat. Als we bellen gaat de telefoon daar op de luidspreker zodat ze allebei mee kunnen luisteren.” Mevrouw Van Mierlo: “Ze is hier alweer langs geweest voor een kopje thee!” Sandra gaat vaker langs bij oude cliënten. Ze bellen haar als ze een probleem hebben met de computer, en onlangs hielp ze iemand die een aanrijding met de brommobiel gehad heeft. De verzekeringspapieren moesten geregeld worden. Sandra: “Ik vind het leuk om het contact te houden. Ik ga ook wel eens zomaar langs bij oude klanten.” Mevrouw Van Mierlo: “We vonden het alle drie erg vervelend dat ze moest stoppen door bezuinigingen. Nu hebben wij gelukkig wel een nieuwe hulp die haar werk goed doet, maar het blijft jammer. Je bent aan elkaar gehecht. Mijn zoon schreef een gedichtje voor Sandra toen ze weg ging. Dat doet hij graag.”